Categorie├źn
Bijvoeglijk naamwoorden Huiswerk Lidwoorden Rekenen Werkwoorden Zelfstandig naamwoorden

Huiswerk 24 september



Hallo allemaal,


Het huiswerk voor deze week gaat weer over werkwoorden, zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Je krijgt alleen geen werkblad mee naar huis, je moet ze zelf gaan zoeken…


Opdracht 1:

Zoek thuis, bij opa en/of oma, op school, bij de buren, enzovoort, naar werkwoorden, zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.
Je mag er foto’s van maken en die uitprinten, je mag ze tekenen, opschrijven, er een PowerPoint presentatie van maken, enzovoort. Je mag het dus zelf weten. Je mag het zelfs op een USB-stick inleveren.


Ik wil dat je de volgende aantallen zoekt en vindt:

  • 20 werkwoorden
  • 25 zelfstandig naamwoorden
  • 25 bijvoeglijk naamwoorden.



Ter herinnering:

Lidwoord:

de
het
een
Werkwoord:
Iets wat een mens, dier
of ding doet.

zitten
slapen
luisteren


 Zelfstandig naamwoord:
Een woord
voor een mens,
dier of ding.

de vader
het konijn
het raam
Bijvoeglijk
naamwoord:
Zegt hoe iets eruit ziet 
of wat je ervan vindt.

het grote kind
het mooie paard
de witte auto

Opdracht 2:

Leg thuis aan je vader, moeder, broer, zus, opa, oma, buurman of buurvrouw uit hoe wij hier op school rekenen. Denk aan alle stappen die we zetten (springen naar het tiental)!

Voorbeeld sommen die je kunt gebruiken zijn:
  • 65 + 47 = 
  • 39 + 24 =
  • 87 – 49 = 
  • 56 – 38 =
Je kunt zelf altijd nog andere sommen gebruiken. 

Belangrijk: Je huiswerk moet je woensdag 1 oktober inleveren!


Groeten en heel veel succes,
meneer Joost