6: Wat moet je weten?

Dit moet je weten voor de toets over de VOC:

Wat er met de spullen gebeurde die in Amsterdam aankwamen. Welke rol hadden de grachten hierin? Wat zijn pakhuizen en herenhuizen?

Wat de VOC is, hoe het is opgericht en wat voor dingen ze allemaal deden.

Waarom de VOC naar Oost-Indië ging.

Waarom Batavia zo handig en belangrijk was voor de VOC.

Hoe het komt dat de VOC zo ontzettend rijk werd van de handel in Oost-Indië.

Hoe het was om als bemanning op een VOC-schip te varen. Was iedereen daar vrijwillig of werden sommige ook in de val gelukt en gedwongen? Was het er gezellig en makkelijk of juist helemaal niet?

Wat er met je gebeurt als je te weinig vers eten en fruit eet. Hoe erg was dit?

 

 

Dit moet je weten voor de toets over de watersnoodramp en de deltawerken:

Wat de watersnoodramp precies is en wanneer dit was.

Hoe het kwam dat de watersnoodramp gebeurde. Was het pech? Kwam het heel onverwacht?

Hoe ze nu voorkomen dat er een tweede watersnoodramp plaatsvindt. Hoe heet dit plan? Hoe ziet het er uit? Wanneer is het gebouwd?

Waar ze bij het ontwerpen van het Deltaplan allemaal rekening mee moesten houden. Denk aan de knutselopdracht in de klas: waar moesten jullie rekening mee houden?